Schapen hoeden of schapen drijven?

Meike aan het hoedenHet verschil tussen hoeden en drijven zit ‘m vooral in de manier van werken van de hond. Over het algemeen kun je zeggen dat een Border Collie schapen drijft en een Herdershond schapen hoedt. Hoeden is het begeleiden van een schaapskudde bij het grazen en het trekken. Bij het grazen moet de herder erop toezien dat de schapen niet op akkers en velden komen welke niet door de schapen begraasd mogen worden, maar dat ze alleen daar blijven waar dat toegestaan is. Hiervoor wordt de herdershond ingezet om de grenzen te bewaken. De grenzen worden door de schaapherder aan de hond aangegeven, waarop de hond op de grenzen heen en weer loopt om te voorkomen dat de schapen daar over heen gaan. Tijdens het verplaatsen van de kudde loopt de schaapherder aan de kop van de kudde en de Herdershond aan de zijkant van de kudde mee om te voorkomen dat schapen b.v. in de moestuin van de buren komen, of dat de weg volledig door de schapen geblokkeerd wordt. Bij het schapen drijven loopt de hond achter de kudde om te zorgen dat ze voorwaarts blijft lopen. Hierdoor kan een hond die drijft zelfstandig de schapen over een grote afstand ophalen. Over het algemeen werken hoedende honden dichter bij de schapen dan de drijvende honden. Er zijn echter ook hoedende honden die kunnen drijven en drijvende honden die kunnen ook hoeden.

 

Waarom hoeden met schapen?

Allereerst is het belangrijk om te weten waarom schapen ingezet worden voor natuurbeheer.
Er zijn schaapskuddes die in eerste instantie gehouden worden vanwege hun cultuur historische waarde en voor het behoud van de verschillende Nederlandse (Heide) schapenrassen, zoals het Drents Heideschaap, de Schoonebeeker, het Veluws Heideschaap, Het Kempisch Heideschaap en de Mergellander. Naast de cultuurhistorische waarde, worden ze ook ingezet voor de begrazing op de heide, ook al is dit soms op kleine schaal, omdat de kudde niet zo groot is. Op de hei moeten ze het gras en het pijpenstrootje terugdringen zodat de heide meer kans krijgt om te groeien en zich uit te breiden. Vaak zie je bij deze kuddes een aantal geiten lopen, de Nederlandse Landgeit, die de jonge opslag van boompjes, zoals berk en den, op eet. Een leuke bijkomstigheid van geiten bij een schaapskudde is dat de schapen het eetgedrag van de geiten vaak overnemen. Dit wil zeggen dat ook de schapen beginnen te eten van de jonge opslag. Een schaapskudde op de heide is tevens een toeristische trekpleister.

Je vindt niet alleen schaapskuddes op de heide, maar er worden ook schaapherders met hun kudde ingezet om andere soorten terreinen te beheren. Je ziet steeds meer stadsherders in parken en op groenstroken, herders met hun kuddes op dijken, in duingebieden om vergrassing tegen te gaan en 's ochtends vroeg op recreatieterreinen om de teken weg te vangen. Ook worden er kleine kuddes ingehuurd door particulieren om hun privé terrein te onderhouden.

Het voordeel van een schaapskudde boven machinaal maaien is dat je met een schaapskudde veel meer op maat kan werken en dat het over het algemeen minder kost. Schapen kunnen bijna overal bijkomen. Begrazing met schapen is ook beter voor de biodiversiteit in het landschap en past in het plaatje van duurzaamheid. In hun vacht, ontlasting en tussen hun hoeven nemen ze zaden mee van elders naar een nieuw gebied. Dijken worden versterkt door begrazing, omdat het gras t.o.v. machinaal maaien dieper gaat wortelen. De inzet van stadsherders zorgt voor een grotere belevingswereld in en om de steden en dorpen en zorgt ook voor een uitbreiding van flora en fauna.

Verschillende manieren van hoeden:

Er zijn verschillende manieren waarop een kudde gehoed kan worden. De manier van hoeden is sterk afhankelijk van het landschap, de begroeiing, de grote van de kudde en de mate van intensiteit van begrazing dat gewenst is.

Op de heide kan er op verschillende manieren gehoed worden. Je kunt de kudde op één bepaald stuk laten grazen door ze daar hun gang te laten gaan en er alleen voor te zorgen dat de schapen (en geiten) die erg ver weg lopen, teruggehaald worden door de hond. Ook kun je met een klein beetje bijsturen ervoor zorgen dat de kudde langzaam, al grazend, een afstand over de hei aflegt, waardoor er een groter gebied begraasd wordt op één dag. Deze manier van hoeden is vooral goed te doen met een grote kudde. Heb je een kleine kudde, dan kan drukbegrazing effectiever zijn om je doel te bereiken. Drukbegrazing wil zeggen dat je zorgt dat de gehele kudde op één klein oppervlak met z'n allen grazen. De kudde wordt tegengehouden door een hond die op de kop van de kudde heen en weer loopt. Zodra de schapen stoppen met grazen, loop je naar een nieuw stuk of al heel langzaam lopend, met de hond voorop, wordt de kudde al grazend verplaatst. Als er vlak naast paden gegraasd wordt, moet de hond ervoor zorgen dat de schapen niet op de paden komen of de paden oversteken. Dit kan de hond doen door heen en weer te lopen over het pad; dit noemen we grenslopen. De hond fungeert dan als het ware als een levend hekje.

Op dijken kan er ook met drukbegrazing gewerkt worden, maar je kunt ook de schapen hun eigen gang laten gaan. Hierbij moet de hond zorgen dat de schapen niet te ver uitwaaieren of op wegen, paden en percelen komen waar ze niet mogen komen. Dit kan goed bereikt worden door de hond grens te laten lopen tussen het stuk dat begraasd moet worden en daar waar de schapen niet mogen grazen.

In duingebieden wordt er hoofdzakelijk gehoed zoals er op de heide gehoed wordt. (zie hierboven)

In (stads)parken en groenstroken wordt er voornamelijk gehoed d.m.v. het bewaken van grenzen, omdat hier veel meer paden en wegen zijn. Ook heb je hier veel meer te maken met percelen die niet begraasd mogen worden. Vooral bij de begrazing van groenstroken is de grensbewaking van essentieel belang i.v.m. de wegen die erlangs lopen.

Op terreinen van particulieren wordt er veelal gewerkt met rasters. Dit zijn stukken terrein die afgezet worden met flexibele (schapen) netten, waarbinnen de kudde zich vrij kan bewegen en grazen. De schaapherder komt hier alleen voor de verzorging van zijn schapen en om ze te verzetten indien dit nodig is. In sommige gevallen wil de eigenaar van het terrein dat er overdag wel gehoed wordt. 's Avonds worden de schapen dan binnen het raster gezet.

Het traditionele hoeden, het op pad gaan met de kudde, vindt met name overdag plaats. 's Avonds worden de schapen of in een schaapskooi os stal/schuur gezet of binnen een omheining, welke meestal door de schaapherder zelf gemaakt wordt met behulp van flexibele (schapen) netten. 's Ochtends gaat de schaapherder weer op pad met de kudde en worden de netten 's avonds weer verzet als dat nodig is en in de schaapskooi/stal/schuur schoon stro gestrooid.

 

Hondenrassen die ingezet kunnen worden bij de schaapskudde en hun manier van werken

In sommige gevallen wordt de keuze van de herdershond bepaald door de manier van hoeden. Maar in het algemeen wordt er gehoed met de hond die men al heeft of waar een eigen voorleur naar uitgaat. Indien mogelijk wordt er wel zoveel mogelijk op de manier gehoed die bij de hond past. Gebeurt dit niet, dan kan dat voor frustratie zorgen bij de hond en dat kan goed en efficiënt werken in de weg staan.

Voor de meeste mensen is het een normaalbeeld dat een kudde begeleid wordt door een schaapherder met zijn Border Collie(s). Hierbij kan de schaapherder voor de kudde uitlopen, waarbij de Border Collie ervoor zorgt dat de schapen met de herder meelopen door hoofdzakelijk achter de kudde heen en weer te lopen of de schaapherder loopt achter de kudde en de Border Collie zorgt ervoor dat de schapen die kant uit gaat waar de schaapherder wil dat de schapen heen lopen. Dit doet de Border Collie door zowel achter als aan de zijkanten van de kudde te lopen. Zodra de kudde op de plaats van bestemming is, zal de schaapherder over het algemeen zijn hond bij zich laten liggen of op een strategisch punt waar hij goed overzicht heeft over de kudde. Zodra de schapen tijdens het grazen wat te ver uiteen waaieren, wordt de hond gestuurd om de schapen terug te halen. In sommige gevallen mag en kan de Border dit zelf doen en bewaakt hij zelf de grenzen waarbinnen de schapen mogen grazen. De meeste Border Collies vinden dit erg moeilijk en willen dan ook gelijk alle schapen weer op een kluitje hebben nadat hij ze teruggehaald heeft. Grenslopen is over het algemeen niet echt datgene waar de Border Collie in uit blinkt. Zijn prioriteit ligt bij het verplaatsen en terughalen van de schapen.

Naast de Border Collie zijn er echter nog een tal van andere rassen die van oorsprong gefokt zijn om bij de schaapskudde te werken. Helaas is men veelal die rassen uit het oog verloren vanwege afname van het aantal kuddes, het in rasters plaatsen van kuddes i.p.v. het traditionele hoeden en de komst van de Border Collie.
Gelukkig zijn er steeds meer mensen die met hun herdershond, als hobby, bij de schapen willen gaan werken en worden ook door de schaapherders de hoedende herdershonden steeds meer gewaardeerd.

Over het algemeen kunnen honden uit de, door de FCI ingedeelde, rasgroepen 1, 2 en 5 bij de schapen werken. Alleen is er wel een verschil in de manier van werken. In rasgroep 2 zitten een heleboel rassen die van origine als waakhond bij de kudde werden gehoouden en niet als begeleider of hoeder. Deze honden moeten de kudde beschermen tegen gevaar van buitenaf. In rasgroep 5 zitten een aantal honden die, m.n. in hun land van oorsprong, nog als kuddehond gebruikt worden. In Nederland, en de ons omringende landen, worden hoofdzakelijk de honden uit rasgroep 1 ingezet als kuddehond.

Grofweg kun je de kuddehonden in 2 groepen verdelen: 1) de drijvende herdershonden en 2) de hoedende herdershonden.
Officieel behoort de Border Collie en de Working Kelpie tot de drijvende honden en de andere herdershonden en een aantal oertypes tot de hoedende honden.
Het verschil tussen hoeden en drijven kunt u lezen onder het kopje "Schapen hoeden of schapen drijven?" bovenaan deze pagina.

De manier van werken van de Working Kelpie komt overeen met de werkwijze van de Border Collie. Hij moet schapen, over grote afstanden, kunnen halen en bij elkaar houden.

Voor de overige herdershonden geldt dat er wel wat verschil in de manier van werken is, maar ook overeenkomsten.
Over het algemeen werken hoedende honden dichter op de kudde dan de drijvende honden.
De Nederlandse-, Duitse- en Belgische Herdershonden werken het liefst naast en voor de kudde en zijn over het algemeen hele goede grenslopers. Dit geldt ook voor de Beauçeron en Braird, de Bergamasco en de Schotse Herdershond. Ook de, niet officieel erkende, Alt Deutsche Hütehunden werken beter naast en voor de kudde en zijn goede grenslopers.
De Bobtail, Pyreneese Herdershond, de Bearded Collie, de Australian Cattle Dog en - Shepherd, de Pumi, Mudi en Puli, de Portugese herdershonden en aanverwante rassen, werken doorgaans meer achter de kudde.
De voorkeur voor een manier van werken kan ook bij bovengenoemde rassen onderling erg verschillen. Zo zijn er b.v. Hollandse Herders die liever achter dan naast of voor de kudde lopen en Pyreneese Herdershonden die heel makkelijk naast en voor de kudde willen werken i.p.v. erachter.
Mits goed, zonder druk, begeleid en opgeleid, kun je de hoedende hond in principe daar laten lopen waar je hem hebben wilt. Je moet echter altijd wel voor ogen houden dat het werken bij een kudde veel zelfstandigheid vereist van de hond en zelfstandig werken op een goede manier alleen verkregen wordt door een goede opbouw, wederzijds vertrouwen en tegemoet komen aan de natuurlijke aanleg van de hond.